Voedingsprogramma voor ondervoede kinderen

Ondervoeding is een ernstig probleem in Tanzania. De sterftekans loopt snel op met de ernst van de ondervoeding. Daarbij hebben ernstig meervoudig gehandicapte kinderen een verhoogd risico om ondervoed te raken. Zolang een kind nog op de rug van de moeder kan zitten en borstvoeding krijgt, is het nog niet zo’n probleem. Wanneer het kind groter en zwaarder wordt, is dat een enorme belasting voor de moeder. Zij weet niet goed wat ze met het kind moet beginnen en houdt haar kind binnen. Het kind blijft vervolgens in de hut en krijgt het alleen nog te eten, maar ook dat is soms onhaalbaar.

 

Problemen waar deze kinderen mee te maken kunnen krijgen:

 

  • Wanneer de aansturing van arm, been en rompspieren beperkt is, is er een grotere kans dat ook spieren die nodig zijn om te slikken slecht functioneren.
  • In veel gevallen hebben deze kinderen niet geleerd om te zitten. Dit heeft ook gevolgen voor het slikken. Het slikproces verloopt moeizamer wanneer een kind ligt in plaats van zit. Het kunnen zitten speelt een dus belangrijke rol bij het eten.
  • Herhaalde luchtweginfecties ten gevolge van verslikken maken frequente ziekenhuis opname nodig. Ook tijdens zo’n ziekte periode valt het kind weer af.

 

 

Behandeling van ondervoeding is afhankelijk van de ernst. Maagsondes via de neus of mond of via de buikwand, zoals in Nederland gebeurd, zijn zeker in Tanzania vaak niet goed realiseerbaar. Daarom wordt bij het centrum van Sibusiso een aanvullend voedingsprogramma aangeboden waar ernstig ondervoede kinderen aan deel kunnen nemen.

 

  • Bij minder dan 75% gewicht voor lengte worden kinderen opgenomen en krijgen ze speciale voeding in het centrum.
  • Tussen 75 en 80% gewicht voor lengte kan het kind ambulant geholpen worden en krijgt de familie wekelijks of 2-wekelijks bijvoeding mee naar huis.

 

Wekelijks of 2-wekelijks komt de moeder samen met haar ondervoede kind naar het centrum, waar het gewicht van het kind gecontroleerd wodt en ze speciaal voedsel meekrijgt. Zoals er in elk voedingsprogramma wordt er ook aandacht besteed aan voorlichting en gecombineerd met ergotherapie of fysiotherapie. Zo leert de moeder onder andere in welke houding ze haar kind moet houden bij het eten of wordt bekeken in hoeverre een kind zelfstandig kan zitten of hier hulpmiddelen bij nodig heeft.